Ieder mens is er op uit om zijn drie basisbehoeften te vervullen. De eerste is behoefte aan autonomie. Ik wil het zelf doen. Een ander kan niet voor mij plaatsvervangend leren. Een kind leert zelf lezen, met ondersteuning van de leerkracht. Wat iets anders is dan het alleen willen doen. We kunnen het niet alleen doen: leren is een actief en sociaal proces.
Hiermee komen we bij de tweede basisbehoefte: onze behoefte aan betekenisvolle relaties met anderen. Leren als sociaal proces. Niemand leert zonder anderen. Leerlingen komen naar school om nieuwe uitdagingen aan te gaan en om verder te komen. Hiervoor hebben zij de leraar nodig die hen kan helpen met het beantwoorden van hun vragen. Dat zijn geen leraren die alleen voor de klas staan en het uitzicht voor de leerlingen belemmeren maar bovenal mensen die naast de leerlingen staan en hen aanmoedigen tot het stellen van vragen en het zelf onderzoeken van vraagstukken.
De derde basisbehoefte is onze behoefte aan competentie. Leraren en leerlingen gaan naar school om te laten zien wat ze kunnen. We willen ons prettig voelen en ons zelfvertrouwen bewaken. Stelt de omgeving eisen die ik niet aan kan, is de inspanning te groot, dan ontwijken we die situaties. Dit geldt ook voor leerlingen die voor taken geplaatst worden waar zij geen gat in zien. Er is geen kind dat naar school komt om te laten zien wat hij niet kan. Behoefte aan competentie geldt ook voor leraren. Zij gaan naar school om te laten zien wat zij kunnen.






